Werking

Werking

1. Visie & Opleiding

1.1 Inleiding en doelstelling

Iedere jeugdspeler moet de kans krijgen om te voetballen ongeacht zijn of haar kwaliteit. De jeugdspeler staat centraal in de opleiding en het wedstrijdresultaat is in eerste instantie van ondergeschikt belang t.o.v. de ontwikkeling van de speler. We staan er dan ook borg voor dat onze jeugdspelers zo degelijk mogelijk opgeleid en opgevoed worden en dit door, waar mogelijk, gediplomeerde trainers. Vanaf de start van de opleiding ("debutantjes") ligt de nadruk op plezier hebben aan het voetbalspel en is het resultaat niet primair. Het op een plezierige manier kennismaken met alle facetten van deze sport is dan ook de eerste en voornaamste doelstelling. Op latere leeftijd streven we ernaar om op een zo hoog mogelijk niveau te voetballen en dus naast het beleven van plezier moet er vanaf een bepaalde leeftijdscategorie prestatiegericht gewerkt worden. De realisatie van deze doelstelling moet ertoe leiden dat er uiteindelijk kwalitatief uitstekende spelers uit de jeugdopleiding komen ter versterking van ons 1ste elftal. Ons doel is jaarlijks minstens 2 spelers uit eigen opleiding te kunnen afleveren aan het fanionteam.

1.2 Voorwaarden

De bovenstaande doelstellingen kunnen worden gerealiseerd door de jeugd weloverwogen te laten voetballen, rekening houdend met hun specifieke leeftijdskenmerken en hen te voorzien van goede oefenstof. Om dit tot stand te brengen dienen onderstaande randvoorwaarden te worden ingevuld:

  • Een goede organisatie
  • Goed opgeleide jeugdtrainers
  • Voldoende trainingsmogelijkheden
  • Voldoende oefenmateriaal
  • Werken volgens een vastgesteld technisch beleid

1.3 Visie en opleidingsplan

Klik hier om het opleidingsplan te bekijken!

3. Jeugdverklaringen

3.1 Panathlonverklaring “Ethiek in de Jeugdsport”


Met deze verklaring gaan we de verbintenis aan om, over de discussie heen, heldere gedragsregels vast te leggen bij het nastreven van de positieve waarden in de jeugdsport.

We verklaren dat:

1. We de positieve waarden in de jeugdsport actiever, met volgehouden inspanning en met goede planning zullen nastreven.

  • Op het vlak van training en competitie zullen we op evenwichtige manier vier hoofddoelen nastreven: de ontwikkeling van de motorische (technische en tactische) vaardigheid, een gezonde en veilige competitieve stijl, een positief zelfbeeld en goede sociale vaardigheden. Hierbij zullen we ons laten leiden door de noden van het kind.
  • We geloven dat de drang om uit te blinken en te winnen, succes en plezier net als mislukking en frustratie te ervaren, integrerend deel uitmaken van de competitiesport. We zullen kinderen de kans geven zich dit eigen te maken en het te integreren (binnen de structuur, de regels en de beperkingen van het spel) in hun prestatie en we zullen hen helpen hun emoties te beheersen.
  • We zullen speciale aandacht schenken aan de leiding en opleiding van kinderen aan de hand van modellen die de ethische en humanistische principes in het algemeen en de fair-play in de sport in het bijzonder naar waarde schatten.
  • We zullen ervoor zorgen dat kinderen betrokken worden bij het besluitvormingsproces in hun sport.

2. We onze inspanningen zullen voortzetten om alle vormen van discriminatie uit de jeugdsport te bannen.

  • Dit heeft te maken met het fundamentele ethische principe van gelijkheid, dat sociale rechtvaardigheid en gelijke verdeling van de mogelijkheden vereist. Laatbloeiers, gehandicapten en minder getalenteerde kinderen zullen dezelfde kansen krijgen om aan sport te doen en zullen dezelfde professionele begeleiding krijgen die ter beschikking staat van vroegmature, valide en meer getalenteerde kinderen zonder onderscheid van geslacht, ras of cultuur.

3. We erkennen en aanvaarden het feit dat sport ook negatieve effecten kan veroorzaken en dat er preventieve en curatieve maatregelen nodig zijn om kinderen te beschermen.

  • We zullen de psychische en fysieke gezondheid van kinderen maximaal bevorderen door ons in te spannen om bedrog, doping, misbruik en uitbuiting tegen te gaan en de kinderen te helpen mogelijke negatieve effecten ervan te overwinnen.
  • We aanvaarden dat het belang van de sociale omgeving van het kind en het motiverende klimaat nog steeds onderschat worden. Daarom zullen we een gedragscode ontwikkelen, aanvaarden en toepassen met klaar vastgelegde verantwoordelijkheden voor allen die betrokken zijn bij het netwerk rond de jeugdsport: sportorganisaties, sportleiders, ouders, opvoeders, trainers, sportmanagers, sportbesturen, artsen, kinesisten, diëtisten, psychologen, topatleten, de kinderen zelf…
  • We raden sterk aan dat ernstig wordt overwogen om organen te creëren op de gepaste niveaus om deze code op te volgen.
  • We steunen systemen ter registratie en accreditatie voor trainers en coaches.

4. We verwelkomen de steun van sponsors en de media, maar we geloven dat die steun in overeenstemming moet zijn met de hoofddoelstellingen van de jeugdsport.

  • We verwelkomen sponsoring van organisaties en bedrijven alleen wanneer dit niet botst met het pedagogische proces, de ethische basis van de sport en de hoofddoelstellingen van de jeugdsport.
  • We geloven dat het niet alleen de functie van de media is om reactief te zijn, dit betekent een spiegel te zijn van de problemen van onze maatschappij, maar ook pro-actief, dit betekent stimulerend, opvoedend en vernieuwend.

5. Daarom onderschrijven we formeel het ‘Panathlon Charter over de Rechten van het Kind in de Sport’.

Alle kinderen hebben het recht

  • Sport te beoefenen
  • Zich te vermaken en te spelen
  • In een gezonde omgeving te leven
  • Waardig behandeld te worden
  • Getraind en begeleid te worden door competente mensen
  • Deel te nemen aan training die aangepast is aan hun leeftijd, individueel ritme en mogelijkheden
  • Zich te meten met kinderen van hetzelfde niveau in een aangepaste competitie
  • In veilige omstandigheden aan sport te doen
  • Te rusten
  • De kans te krijgen kampioen te worden, of het niet te worden

Dit alles kan alleen worden bereikt wanneer regeringen, sportfederaties, sportagentschappen, bedrijven voor sportartikelen, media, zakenwereld, sportwetenschappers, sportmanagers, trainers, ouders en de kinderen zelf deze verklaring onderschrijven.

3.2 De 10 geboden van een jeugdopleider

  1. Elke speler is even belangrijk. Dus geven we de uitleg en demo steeds voor allemaal samen. De trainers zorgt er ook voor dat hij iedereen ziet en dat alle spelers de uitleg horen of de demo zien.

  2. Geef de uitleg en demo tegelijkertijd (of laat de spelers demonstreren). Hou dit zo kort mogelijk (en laat de oefening zo snel mogelijk starten).

  3. Laat de spelers zelf tijdens de demo de sterke en zwakke punten van de uitvoering vaststellen.

  4. Zorg voor uitdagende vormen (“Wie kan …?”).

  5. Spreek de taal van het kind (gebruik beeldspraak bij de jongste).

  6. Moedig de spelers altijd aan (een positieve coaching zorgt voor succes ervaring).

  7. Durf te coachen zodat ze voelen dat je hen wil helpen.

  8. Geef tijdens de wedstrijd(vormen) geen richtlijnen aan speler aan de bal voordat hij zijn actie verricht: laat hen zelf de oplossing vinden.

  9. Bij een leergesprek worden de doelstellingen geëvalueerd (na een vorm of na de training). Laat hen actief deelnemen en vermijd dat het een luistergesprek wordt.

  10. Hou de score goed bij (ze spelen om te winnen) en waak ook over de reglementen.

3.3 De 10 geboden van FAIR PLAY

  1. Speel sportief
  2. Speel steeds om te winnen, maar wees waardig in uw verlies
  3. Volg de regels van het spel
  4. Respecteer tegenstander, ploegmaats, trainers, scheidsrechters en anderen
  5. Eer de mensen die de goede naam van het voetbal verdedigen
  6. Promoot het voetbal
  7. Verwerp corruptie, drugs, racisme, geweld en andere gevaren voor de sport
  8. Help andere om aan deze verleidingen te weerstaan
  9. Stel de mensen die onze sport in diskrediet brengen aan de kaak
  10. Verbeter de wereld dankzij het voetbal

3.4 Wetgeving vervoer van kinderen

10/05/2008

Algemene regel

Kinderen (jonger dan 18 jaar) kleiner dan 1,35m moeten in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem worden vervoerd in de wagen. Kinderen van 1,35m of groter, moeten in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem worden vervoerd, of de veiligheidsgordel dragen.

Concreet is het verplicht om kleine kinderen te vervoeren in een kinderzitje, en grotere kinderen op een verhogingskussen (met of zonder ruggensteun).


Op de zitplaatsen in een auto (voorin en achterin) die uitgerust zijn met veiligheidsgordels

Kinderen kleiner dan 1,35m

Kinderbeveiligingssysteem verplicht

Kinderen van 1,35m en groter

Kinderbeveiligingssysteem of veiligheidsgordel verplicht


Op de zitplaatsen in een auto (voorin en achterin) die niet uitgerust zijn met veiligheidsgordels

Kinderen onder 3 jaar

Mogen niet worden vervoerd

Kinderen van 3 jaar en ouder, kleiner dan 1,35m

Moeten achterin worden vervoerd



 

 Uitzonderingen

De algemene regel is niet van toepassing in:

• taxi’s

• voertuigen met meer dan 8 zitplaatsen, de bestuurder niet meegerekend

• autobussen en autocars

In deze voertuigen moeten alle passagiers de veiligheidsgordel dragen op de plaatsen die ermee zijn uitgerust. In taxi’s (waar geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is) moeten kinderen kleiner dan 1,35m achterin worden vervoerd.

Er bestaan ook uitzonderingen op de algemene regel, in personenauto’s en lichte vrachtauto’s:

1. Wanneer het niet mogelijk is om achterin een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren, omdat er al twee andere in gebruik zijn, mag een 3e kind van 3 jaar of ouder (en kleiner dan 1,35m) achterin worden vervoerd, zonder kinderbeveiligingssysteem, indien het de veiligheidsgordel draagt. Indien het kind voorin zit, moet het in een kinderbeveiligingssysteem worden vastgemaakt.

2. In geval van incidenteel vervoer over een korte afstand, voor kinderen die niet door de ouders worden vervoerd: wanneer er geen of onvoldoende kinderbeveiligingssystemen beschikbaar zijn in de wagen mogen kinderen van 3 jaar en ouder achterin zonder kinderbeveiligingssysteem worden vervoerd. Ze moeten dan de veiligheidsgordel dragen.

Opgelet: deze uitzondering geldt dus niet voor kinderen die door hun ouders worden vervoerd. Voor de eigen kinderen van de bestuurder geldt de algemene regel: kinderbeveiligingssysteem verplicht indien ze kleiner zijn dan 1,35m.

Een geschikt kinderbeveiligingssysteem

Een objectief criterium is het gewicht van het kind. Er bestaan verschillende categorieën van kinderbeveiligingssystemen, naargelang het gewicht van het kind.

 

Groep 0 is geschikt voor kinderen tot 10 kg. Dit zijn de reiswiegen voor in de wagen en bepaalde modellen van babyzitjes tegen de rijrichting in.

Groep 0+ zijn de babyzitjes tegen de rijrichting in voor kinderen vanaf de geboorte tot 13 kg.

Groep 1 is bestemd voor kinderen van 9 tot 18 kg. Het betreft kinderzitjes die in de rijrichting staan en waarin het kind meestal wordt vastgemaakt met 5 riempjes.

Groep 2 is voorzien voor de groep 15-25 kg en groep 3 voor 22-36 kg. In de praktijk worden deze 2 groepen vaak gecombineerd: het zijn de verhogingskussens (15-36 kg). Het kind wordt op het verhogingskussen geplaatst en vastgeklikt met de gewone driepuntsgordel van de wagen. Er bestaan modellen met of zonder ruggensteun.

Mogen kinderen voorin zitten?

Ja. Kinderen mogen, ongeacht hun leeftijd, voorin op de passagiersstoel zitten, op voorwaarde dat ze worden vastgemaakt zoals de wet het voorschrijft. De enige beperking: het is verboden een kind in een autozitje tegen de rijrichting in (naar achteren gericht) te zetten op een plaats die is uitgerust met een frontale airbag, tenzij deze uitgeschakeld is.

Frontale airbag en beveiligingssysteem tegen de rijrichting in

Het is verboden een kind in een autozitje tegen de rijrichting in (naar achteren gericht) te zetten op een plaats die is uitgerust met een frontale airbag, tenzij deze uitgeschakeld is.

Is een verhogingskussen zonder ruggensteun toegelaten?

Verhogingskussens zonder ruggensteun, die goedgekeurd zijn volgens de Europese norm R44/03 of R44/04, blijven toegelaten. Voor jongere kinderen is een verhogingskussen met ruggensteun aangeraden. De ruggensteun zorgt ervoor dat de gordel correct over de schouder loopt en biedt ook een goede zijdelingse bescherming, vooral ter hoogte van het hoofd.

Opgelet: een verhogingskussen kan enkel correct gebruikt worden in combinatie met een driepuntsgordel. Het mag niet gebruikt worden in combinatie met een heupgordel (2puntsgordel).

Aan welke veiligheidsnorm moet een kinderbeveiligingssysteem voldoen?

Vanaf 10 mei 2008 moeten alle kinderbeveiligingssystemen die in ons land gebruikt worden, voldoen aan de meest recente Europese normen ECE R44/03 of R44/04. Het gebruik van zitjes met een oudere norm is niet meer toegelaten.

4. Sportongeval

4.1 Wat te doen bij een sportongeval?

Bij een ongeval dient een ongevalsaangifte (te verkrijgen op het secretariaat - of zit in de kledijtas per ploeg) ingevuld te worden. Achterzijde dient ingevuld te worden door behandelende geneesheer of clubarts. Voorzijde dient zo goed als mogelijk reeds ingevuld te worden door de betrokken speler/trainer/vrijwilliger. Ongevalsaangifte dient dan voorzien van een klevertje van de mutualiteiten. U kan dan meteen - hoeft niet aangetekend - opsturen naar het adres rechtsboven op het formulier. 

Opgelet: aangifte dient op de voetbalbond binnen te zijn uiterlijk 21 dagen na ongeval op straffe van niet-aanvaarding. Een ontvangstbewijs wordt bezorgd door de voetbalbond aan de secretaris die het op zijn beurt terug bezorgd aan de speler of via Kris De Landtsheer. Het ontvangstbewijs dient na genezing door de behandelende geneesheer of clubarts ondertekend te worden en samen met de bewijzen van medische onkosten na tussenkomst mutualiteiten terugbezorgd te worden aan de secretaris en tevens rekeningnummer waarop bedrag dient gestort te worden. De secretaris bezorgt dit alles aan de voetbalbond. De voetbalbond betaalt eigen opleg terug op rekening van de club onder aftrok van kosten. Penningmeester Tom Van Hal betaalt het bedrag dat door de voetbalbond is terugbetaald uit aan de speler op het doorgegeven rekeningnummer.

5. Respect+

5.1 Ik, jij, hij of zij?

Ik, jij, hij, zij, wij, jullie.. we verschillen van elkaar. Geslacht, geboorte, geloof, homo of hetero, gezondheid, oud of jong… Dat is diversiteit.

Sommige voetbalclubs hebben al veel Marokkaanse, Afrikaanse of andere allochtone leden in huis. Ze merken dat dit nieuwe vragen met zich mee brengt. Wij motiveren trainers, bestuursleden en ouders om de verschillen te respecteren en te overstijgen. En tegelijk willen we andere clubs stimuleren om meer diversiteit in huis te halen, actiever op zoek te gaan naar leden van andere herkomst.

Met deze actie zeggen voetballers, trainers, scheidsrechters dat ze diversiteit als een verrijking zien, als een kans. Zij vragen aandacht voor alle vormen van diversiteit. Niet alleen respect voor mensen met een andere herkomst en cultuur, maar ook voor holebi’s, mensen in armoede, respect voor leeftijdsverschillen…

Respect voor diversiteit gaat erom dat je in iedereen het beste naar boven haalt, dat je de waarde van ieder persoon ziet en benut. Daar wordt uiteindelijk iedereen beter van.

Graag een wedstrijd bijwonen?

Website by